Buiten de OK-wereld heerst de opvatting dat een operatieassistent enkel instrumenten aangeeft wanneer hierom wordt gevraagd. Maar na het interview met Miriam Koopmans (40) was het wel duidelijk dat het beroep OK-assistent veel meer is dan dat. Miriam is al meer dan vijftien jaar gediplomeerd operatieassistent en sinds 2008 werkt ze via TMI. Ze beantwoordde een aantal prangende vragen, zoals “Kun je naar het toilet tijdens een operatie?” of “Mag je iets drinken tijdens een ingreep?”, maar ging ook in op de serieuze kant van het vak operatieassistent.

Aan de slag op de OK en detacheren via TMI

“Tijdens de opleiding Verpleegkunde heb ik veel kennis opgedaan binnen verschillende werkvelden, zoals de psychiatrie, gehandicaptenzorg, wijkverpleging en ook in het ziekenhuis op de afdeling Neurologie. Maar ik had steeds het gevoel dat ik niet zeker wist of ik dit jaren wilde doen. Tot ik op een dag mocht meelopen op de OK. Ik was in één keer verkocht. Ik had mijn opleiding Verpleegkunde afgemaakt en meteen gesolliciteerd voor de opleiding tot operatieassistent in het Máxima Medisch Centrum (MMC) in Eindhoven, toen nog het Diaconessenhuis. In 2004 heb ik mijn diploma tot operatieassistent behaald en heb ik nog drie jaar in Eindhoven gewerkt.”

"Je merkt dat het OK-wereldje best wel klein is."

“Na zeven jaar in het MMC was ik toe aan een nieuwe uitdaging en kwam ik bij TMI terecht. Eerst wilde ik door middel van detacheren kijken in andere ziekenhuizen, waar ik dan eventueel in vaste dienst kon gaan. Maar een vaste indiensttreding is er nooit van gekomen. Destijds was ik de eerste Limburgse operatieassistent die voor TMI ging werken. Inmiddels heb ik al in meer dan vijftien ziekenhuizen en privéklinieken gewerkt voor TMI. Je merkt dat het OK-wereldje best wel klein is. Overal waar ik werk, zie ik wel een bekende. Ik kom regelmatig ook TMI collega-operatieassistenten tegen op de werkvloer.”

Een werkdag van een allround operatieassistent

“Als allround operatieassistent word je ingezet bij iedere operatie, behalve bij de gespecialiseerde OK’s, zoals de hartchirurgie en de neurochirurgie. In principe draai je als OK-assistent onregelmatige diensten; dag,- avond- en nachtdiensten, en de bereikbaarheidsdiensten. Maar wanneer je gedetacheerd bent, draai je alleen de openstaande diensten van het ziekenhuis. Hierdoor werk ik alleen doordeweeks dagdiensten.”

Voor de operatie

“Uiterlijk om 8 uur ’s morgens bespreken we met het team van OK-assistenten en anesthesiemedewerkers in de koffiekamer de briefing. Na deze briefing vertrekt iedereen naar de OK om zich klaar te maken voor de eerste operatie. Je zorgt dat alle materialen aanwezig zijn, zoals de juiste tafel, onderdelen en losse instrumentarium. Ligt alles klaar? Dan komt de anesthesiemedewerker binnengereden met de patiënt. Vervolgens gaan we met het hele team; de OK-assistent, anesthesiemedewerker, anesthesioloog, arts-assistent en chirurg om de patiënt heen staan om een time-out te doen. Dit is een checklist die wordt besproken met de patiënt. Het is belangrijk dat we de juiste patiënt voor ons hebben en dat de patiënt hetzelfde idee heeft over de operatie als wij. Nadat de checklist is nagelopen en alles klopt gaan we van start. De patiënt krijgt een lokale verdoving of narcose en dan gaan wij als OK-assistent de sets openmaken en de patiënt afdekken met een steriel afdekset. De operatie kan beginnen!”

Tijdens de operatie

“Tijdens een operatie kun je op drie manieren worden ingezet als operatieassistent:

  • Omlopen;
  • Instrumenteren;
  • Assisteren.”

Omlopen

“Omlopen betekent dat je ervoor zorgt dat tijdens de operatie alles aanwezig is. Tijdens de operatie geef je de instrumenten en het materiaal steriel aan. Wanneer een stukje weefsel naar de patholoog moet, dan zorg je ervoor dat dit in een potje met een sticker met de naam van de patiënt bij de patholoog terecht komt. Maar je neemt ook de telefoon op tijdens de operatie van bijvoorbeeld een (huis)arts die vragen heeft over de patiënt. Wanneer je er tijdens de operatie achter komt dat de operatie met de huidige apparatuur niet gaat lukken, zorg je ervoor dat de chirurg wordt voorzien van de juiste instrumenten.”

Instrumenteren

“Wanneer je als operatieassistent instrumenteert, betekent dit dat je aan tafel staat. Je geeft de instrumenten aan de chirurg, maar je bent zeker geen aangeefpop. Je denkt mee met de chirurg en anticipeert op wat je ziet.”

Assisteren

“Soms assisteer en ondersteun je de chirurg. Dan bedien je bijvoorbeeld de camera bij een kijkoperatie. Maar je mag dan ook vaatjes dichtbranden, hechten, zuigen en zorg je dat er goed zicht is.”

Na de operatie

“Nadat de operatie is voltooid, doen we een sign-out met opnieuw een checklist. Dan nemen we met het hele team door of de operatie goed is verlopen en of er nog bijzonderheden zijn. Vervolgens wordt de patiënt naar de afdeling Recovery gebracht door de anesthesiemedewerker en is het proces doorlopen.”

"Op tv, zoals bij het programma Operatie Ziekenhuis, lijkt een operatie altijd veel spannender dan in het echt."

Spoed!

“In ieder ziekenhuis bevindt zich een spoed-OK en daar staat ook het spoedteam op. De samenstelling van het team kan elke dag verschillen en aan het begin van de dag is er vaak nog geen programma bekend. Je kunt je dus niet voorbereiden op wat er gaat komen. Van het snelle handelen tijdens een spoedoperatie krijg je echt een adrenalinekick. Maar het gebeurt weleens dat een spoedoperatie al bezig is en er komt nóg een spoed binnen. Dan moet er worden ingebroken bij een andere operatie en wordt er gekeken welke OK al (bijna) klaar is.”

“Als operatieassistent is het daarom belangrijk dat je flexibel bent en je continu kunt anticiperen op ingrepen. Elke dag sta je op een ander specialisme, heb je een andere arts met een andere gebruiksaanwijzing. Op tv, zoals bij het programma Operatie Ziekenhuis, lijkt een operatie spannender dan in het echt. Men denkt altijd aan heel veel bloed, maar als er veel bloed is, dan is het juist niet goed.”

Water drinken, plassen en bewegen tijdens een operatie

“Wanneer je korte ingrepen hebt, dan is het niet mogelijk om iets te drinken of naar het toilet te gaan. Van tevoren moet je dat inschatten. Moet je heel nodig? Dan kun je er even uitstappen wanneer de operatie rustig verloopt. Of een collega neemt het even over. Bij lange ingrepen, lossen we elkaar af om te gaan eten en drinken. De operatie gaat dan gewoon door. Bij een grote ingreep zijn er ook vaak meerdere artsen aanwezig die elkaar afwisselen. Soms haalt iemand uit het team ook drinken met een rietje. Diegene geeft je dan steriel het drankje met het rietje door je masker heen.”

“Tijdens een andere opdracht in het ziekenhuis deden we ook om de twintig minuten een micropauze, waarbij we twee minuten sportbewegingen moesten doen om zo nek- en rugklachten te voorkomen. Na die twee minuten ging iedereen weer verder.”

De verschillen op de werkvloer per instelling

“Er is een groot verschil in de werkwijze binnen ziekenhuizen en privéklinieken. De werkdruk in een kliniek ligt heel hoog. Veel mensen komen daar namelijk voor dagbehandelingen en vaak voor standaardingrepen. Daar kun je snel naar handelen. Daarnaast zie je ook een groot verschil tussen een perifeer ziekenhuis en academisch ziekenhuis. In een perifeer ziekenhuis heb je vaak vier of vijf operatiekamers, maar in een topklinisch of academisch ziekenhuis zijn dit er al gauw twintig. Hier heb je OK’s die speciaal ingericht zijn voor robotchirurgie of vaatchirurgie. Alle specifieke apparatuur is dan al aanwezig in de operatiekamer. Verder werk je in een academisch ziekenhuis heel vakgericht. Het is daar groot en veel gecompliceerder ingericht, dat ze je daar op één specialisme zetten. Ik heb daar vier jaar lang bij de kaakchirurgie en KNO gestaan.”

“Het aantal operaties op een dag is ook heel verschillend. Als je bijvoorbeeld bij de oogchirurgie staat, waar ze staaroperaties uitvoeren, kun je daar wel twintig operaties op een dag van doen. Hier is geen anesthesiemedewerker of anesthesioloog voor nodig en na de operatie kunnen deze patiënten weer naar huis.

Met een grote, gecompliceerde ingreep kun je maar één patiënt op een dag behandelen. Bij de kaakchirurgie was er een patiënt met een tumor in de kaak. Zo’n operatie noem je ook wel een commando resectie. Hierbij brengen ze een stuk huid, spier of bot van de arm of been naar de kaak. Je begint dan met macrochirurgie gevolgd door microchirurgie, dus heel gedetailleerd. Na mijn werkdag is deze operatie nog doorgegaan tot 23:00 uur ’s avonds en heeft de operatie meer dan 12 uur geduurd. Wanneer je standaardingrepen hebt in een perifeer ziekenhuis, dan heb je gemiddeld operaties van een uur of anderhalf uur.”

Leuke en minder leuke momenten op de OK

“Ernstige operaties met jonge patiënten en mensen die veel te vroeg kanker krijgen, raken mij altijd. Wanneer zij geopereerd moeten worden of bijvoorbeeld een borstamputatie ondergaan, vind ik dat soms wel lastig om te zien. Zulke momenten moet ik altijd wel een plekje geven. Ook kan het gebeuren dat een patiënt komt te overlijden op de OK bij een risicovolle operatie. De patiënt heeft dan de keuze om zich te laten opereren met hopelijk een succesvolle outcome. Dan haal je ze van de IC, zit de familie eromheen en weet je dat dit zomaar de laatste keer zou kunnen zijn. Dan pink ik wel een traantje weg.”

“Maar het geeft ook een goed gevoel wanneer een operatie gelukt is. Na een aantal weken zie je de genezing en dan denk je: “dat hebben we mooi even gedaan met het hele team”. Ook heb ik weleens een dag in een ziekenhuis in Noord-Holland gewerkt. Na een autorit van 2,5 uur kwam ik daar aan en voordat ik überhaupt kennis had gemaakt werd er al aan mij gevraagd of ik een keizersnede wilde instrumenteren. Toen ik zei dat ik dat kon, moest ik meteen naar de operatiekamer voor de keizersnede. Ik had nog maar één voet over de drempel van het ziekenhuis gezet en ik stond al in de operatiekamer te assisteren bij een keizersnede. Dat was echt een bizar, maar ook leuk moment want ze hadden wel het vertrouwen in mij dat ik het kon.”

Doorgroeimogelijkheden van een operatieassistent

“Naast dat je allround operatieassistent bent, kun je ervoor kiezen om een interne opleiding te volgen voor hart- of neurochirurgie, zodat je ook inzetbaar bent voor deze gespecialiseerde OK’s. Maar je kunt er ook voor kiezen om een managementopleiding te volgen voor een leidinggevende functie op de OK-afdeling. Daarnaast kun je ook physician assistant (PA) worden. Als PA neem je veel taken van de arts uit handen en mag je een aantal chirurgische handelingen uitvoeren, zoals een spatader verwijderen of kleine ingrepen op het gebied van anale chirurgie. Zelf ambieer ik het doorgroeien niet. Doordat ik gedetacheerd ben, is het voor mij al gevarieerd en uitdagend genoeg. Je leert veel van elkaar en ik pik in ieder ziekenhuis weer wat kennis en ervaring mee.”

Wil je meer weten over het proces van instrumenten steriel maken?

Ben je benieuwd naar meer verhalen van operatiepersoneel? CSA medewerker Romeo legt in een interview zijn werkzaamheden uit op de centrale sterilisatie afdeling. Zonder CSA draait er namelijk geen OK of poli.

Miriam Koopmans ok assisten

Miriam Koopmans Operatieassistent

TMI maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.