“Zoals Frank Jansen (51) meerdere keren vertelde toen ik hem mocht interviewen: “geen dag is hetzelfde bij mij”. Inmiddels is Frank al ruim 20 jaar werkzaam als ambulanceverpleegkundige, waarvan de laatste drie jaar voor TMI. Eerst 18 jaar in Purmerend bij de Ambulance Amsterdam en nu alweer bijna drie jaar in verschillende regio’s: van Amsterdam tot Alkmaar tot Friesland. En na al die jaren vindt hij het nog steeds een ontzettend leuk vak. “Ik ben er ook erg trots op dat ik ambulanceverpleegkundige ben. Men denkt dat je als ambulanceverpleegkundige de hele dag door met heftige verkeersongelukken te maken hebt en afgerukte ledematen en veel bloed ziet, maar dat is een totaal ander beeld dan dat ik ervaar. Ik heb ook heel veel plezier met mijn patiënten.”

Zomaar een werkdag van een ambulanceverpleegkundige

Zoals velen begint ook Frank zijn dag met een kopje koffie op de ambulancepost. Wel nadat hij met de ambulancechauffeur de ambulance heeft gecontroleerd. “De chauffeur controleert alle technische zaken van de auto, zoals de bandenspanning, benzine, lampen en sirenes. En ik kijk of er voldoende zuurstof is, genoeg medicijnen zijn en of de accu’s van de monitors gevuld zijn. Ook controleer ik of alle apparatuur werkt en of we voldoende materialen hebben in de zuurstoftas en parat koffer. Is alles in orde? Dan doen we ons uniform aan en nemen we koffie op de ambulancepost. Of het feest gaat direct van start, dat kan ook!”

“We krijgen dan een melding binnen van de Meldkamer Ambulance op onze portofoon of pieper. Daar staat dan de urgentie: A1, A2 of B en ook het adres, zonder huisnummer. De standaardritten worden ook wel B vervoer genoemd, het bestelde vervoer. Dit kunnen patiënten zijn die bijvoorbeeld voor bestraling van het ene naar het andere ziekenhuis moeten worden gebracht. De A2 urgentie is geen spoed. Je rijdt dan niet met zwaailichten en sirenes, maar je moet wel binnen een half uur bij de patiënt zijn. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die uit bed zijn gevallen en hele heftige pijn hebben. Ten slotte heb je nog de A1 urgentie en dat zijn alle mensen die 112 bellen, maar ook huisartsen die 112 bellen. Vaak zijn dit meldingen van mensen met pijn op hun borst of benauwdheid.”

"Ik was navigator en verpleegkundige in één."

“Vervolgens springen wij de ambulance in en gaan we rijden. In de ambulance houd je de statuscodering bij. Je hebt status 1 tot en met 5. Status 1 betekent dat je gaat vertrekken richting de patiënt, status 2 zegt dat je aangekomen bent bij de patiënt en status 3 geeft aan dat je de patiënt naar het ziekenhuis brengt. Vervolgens is status 4 de aankomst bij het ziekenhuis en ten slotte meld je je via status 5 weer vrij, waarmee je aangeeft dat je weer beschikbaar bent. Ook hebben we een laptop in de ambulance. Daarop staat het bericht van de meldkamer en aanvullende informatie, zoals het exacte adres, eventuele instructies om binnen te komen in de woning, maar ook of de politie al onderweg is.”

“De taken van een ambulancechauffeur en ambulanceverpleegkundige zijn heel erg gescheiden en we weten precies wat we van elkaar kunnen verwachten. Vroeger was dat nog anders, want toen hadden we geen navigatiesysteem. Als ambulanceverpleegkundige zat ik dus met het stratenboek op schoot en moest ik kaartlezen. Ik was hierdoor de navigator en verpleegkundige in één.”

"Je hebt respectloze mensen, maar die heb je ook in de supermarkt."

Agressie in de zorg

“Veel mensen zeggen ook tegen mij: “ik heb zoveel respect voor jullie met al die agressiviteit”. Maar in die 20 jaar dat ik ambulanceverpleegkundige ben, heb ik denk ik maar drie keer een casus gehad waarbij mensen extreem agressief waren. Je hebt respectloze mensen, maar die heb je ook in de supermarkt. Het is altijd de kunst hoe je daarmee omgaat, met agressie in de zorg. Je kunt heel autoritair doen en binnenlopen als ambulanceverpleegkundige en zeggen dat je de baas bent. Maar in zulke situaties bereik je vaak het tegenovergestelde. Je kunt vaak beter meegaan in de situatie.”

Veel vrijheid en 24-uurs diensten

“Het mooiste aspect aan mijn functie als ambulanceverpleegkundige is dat ik zoveel vrijheid heb. Ook het contact met verschillende disciplines, zoals de politie en de brandweer, is één van de mooie kanten van mijn vak. Het werk is ook heel onvoorspelbaar: we werken onder hele wisselende omstandigheden en we weten nooit wat er gaat gebeuren. Het kan een ellendige dag worden, maar ook een rustige of een leuke dag.”

“We hebben op de ambulancepost 8-, 9-, 10-, 12- en 24-uurs diensten. Gemiddeld heb je in Amsterdam, tijdens een 8-uur of 9-uurs dienst, zeven ritten. Alleen in Amsterdam kun je geen 24-uurs diensten doen. In Friesland heb je bijvoorbeeld wel 24-uurs diensten. Tijdens deze diensten heb je gewoon een huis, waar je dan 24 uur zit en heb je je eigen slaap- en badkamer. Meestal zijn die diensten heel relaxed. Je staat altijd paraat, maar kunt ook tussendoor even je boodschappen doen of eten koken.”

Hetzelfde protocol, maar andere problematiek

“In het hele land is het ambulanceprotocol hetzelfde, maar er zijn zeker wel verschillen per regio. Als je in Amsterdam rijdt, en er is verder geen sprake van COVID-19, dan ben je 70% van de ambulanceritten kwijt aan toeristen die onwel zijn geworden van cannabis of paddo’s. Daar heb je dus vooral veel drugsproblemen. In Friesland heb je dat bijna niet. Wat je wel weer in Friesland vaak ziet, zijn de polderlandweggetjes, waar gigantische klappers plaatsvinden en auto’s op bomen knallen. Daar heb je dus weer ontzettend veel zware ongevallen.”

“Daarnaast moet je in een regio als Friesland heel erg nadenken over wat je eventueel extra nodig hebt met zo’n zwaar ongeval, zoals extra assistentie of een traumahelikopter. Je kunt daar namelijk al snel 30 of soms 40 minuten onderweg zijn naar een ziekenhuis. En in die tijd kan een patiënt heel erg achteruit gaan. In Amsterdam ben je binnen tien minuten bij een ziekenhuis en ligt de patiënt al heel snel op de Spoedeisende Hulp. Daarentegen heb je in Friesland andere problematieken, zoals het enorm uitgestrekte gebied en de langere aanrijtijden.”

Bijzondere ervaringen uit de ambulance

Na al die jaren vindt Frank de zelfdodingen nog steeds het meest nare om te zien. Maar hij heeft ook veel goede herinneringen. Eén herinnering die hem altijd zal bijblijven is van ongeveer 15 jaar geleden middenin een stervenskoude winter. “Daar reed ik met een oudere chauffeuse naar een camping in de buurt van Monnickendam. We kregen een melding dat daar een vrouw aan het bevallen was en op dat moment was er geen verloskundige in de buurt. Haar man was er ook niet, want die was vrachtwagenchauffeur en op pad.”

“Wij moesten er dus met spoed naartoe en het was vreselijk koud. De vrouw woonde permanent in een caravan op een camping. Eerst konden we het al niet zo goed vinden, het was namelijk een hele grote camping. Uiteindelijk hadden we het gevonden en namen wij alles mee uit de ambulance: de monitor, de parat koffer, de kinderkoffer en het kraampakket. Vervolgens kwamen wij daar binnen en de vrouw lag in de badkamer met de pasgeboren baby al in haar armen. Ik weet nog dat de kachel binnen heel hoog stond. De baby was gelukkig in orde en de vrouw was daarnaast niet de enige. Er zaten namelijk al drie kinderen van haar op het bed in hun pyjama en er was een moederhond met zes kleine puppy’s. Die puppy’s liepen overal kriskras doorheen en zaten ook te graven in onze kinderkoffer. Het was één grote chaos. Achteraf hebben we enorm gelachen hierom. Je komt echt op de meest gekke plekken. Maar lang niet alles loopt uiteraard ook goed af.”

Flexibel

“Als ambulanceverpleegkundige moet je flexibel zijn. Je moet om kunnen gaan met hele wisselende omstandigheden. Ik ben van mening wanneer je een opleiding tot ambulanceverpleegkundige hebt gedaan, je er nog lang niet bent. Je kunt alles heel goed trainen, zoals reanimaties en intuberen, maar in de praktijk zijn deze situaties weer net even anders. Die mensen liggen niet keurig op een matje, maar bijvoorbeeld onder een auto of ergens opgevouwen onder een tafel. De situatie is altijd weer anders. Je hebt daarnaast vaak mensen die overstuur zijn en lopen te schreeuwen en gillen, waardoor je bijna je werk niet kunt doen. Je moet als ambulanceverpleegkundige heel veel zaken filteren. En daarom is het belangrijk om flexibel te zijn.”

De toekomst van de ambulancezorg

“Wat je nu al ziet is een hele duidelijke functiedifferentiatie binnen de ambulance. Voorheen had je gewoon ambulanceverpleegkundigen en die deden allemaal hetzelfde werk. Tegenwoordig heb je de Zorgambulance, de Medium Care Ambulance en de Psycholance. De zorgambulances doen vaak het bestelde vervoer. En het is natuurlijk zonde als je een ALS verpleegkundige, die eigenlijk beschikbaar moet zijn voor grote ongevallen en reanimaties, inzet voor besteld vervoer. Je ziet een duidelijk verschil tussen lager en hoger geschoold ambulancepersoneel. En ik denk dat dat ook de toekomst is.”

Wil je meer weten over de meldkamer ambulance?

Ben je benieuwd naar meer verhalen uit de ambulancezorg? Meldkamercentralist Anda legt in een interview haar werkzaamheden uit op de meldkamer ambulance. Een onzichtbaar, maar onmisbaar beroep.

ambulanceverpleegkundige

Frank Jansen Ambulanceverpleegkundige

Wil je aan de slag als ambulanceverpleegkundige?

TMI maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.